Bestuur en Organisatie

Productgroep Algemene middelen

Bedragen x € 1.000

Rekening 2024

Primitieve begroting 2025

Actuele begroting 2025

Rekening 2025

Verschil Act. begr./Rek. 2025

Lasten

46.236

N

48.338

N

52.801

N

48.813

N

3.988

V

Baten

297.834

V

291.039

V

318.228

V

324.384

V

6.156

V

Saldo van baten en lasten

251.598

V

242.701

V

265.426

V

275.571

V

10.145

V

Storting reserve

70.952

N

45.602

N

30.269

N

40.692

N

10.423

N

Onttrekking reserve

53.640

V

55.134

V

21.991

V

24.843

V

2.852

V

Resultaat

234.286

V

252.234

V

257.148

V

259.722

V

2.573

V

Wet Open Overheid - implementatie   € 135.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 60.000 N
De deadline voor de volgende tranche van de actieve informatieplicht is door het rijk doorgeschoven naar 2027. Landelijk werd mede op basis van input van gemeenten de implementatie per 2026 niet uitvoerbaar geacht door de ingrijpendheid hiervan op procesniveau. Dit vraagt om meer ruimte in de voorbereiding en die tijd is nu geboden. In 2025 zijn wij doorgegaan met de benodigde voorbereiding gericht op het in beeld brengen van de impact op processen van de volgende tranche. In 2025 zijn minder uitvoeringskosten gemaakt, omdat het doorvoeren van proceswijzigingen zich nu concentreert op 2026 en 2027. Dit leidt tot een voordeel van € 75.000.

Voor de koppeling tussen OpenWOO en het nieuwe, nog te implementeren zaaksysteem is een budget van € 60.000 geraamd. Het uitgangspunt is dat de overgang naar het nieuwe zaaksysteem en de koppeling in 2027 wordt gerealiseerd. Mocht er onverhoopt vertraging komen bij de implementatie van het nieuwe zaaksysteem dan wordt hier in één van de P&C producten op teruggekomen. Op het moment van deze overgang wordt de koppeling met OpenWOO gerealiseerd en zullen de bijbehorende kosten worden gemaakt. Er wordt voorgesteld om € 60.000 over te hevelen naar 2027 door deze toe te voegen aan de reserve Overlopende verplichtingen.

Algemene uitkering   € 2.800.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 992.000 N

De algemene uitkering sluit met een voordeel van € 2,8 miljoen. Voor ruim € 1 miljoen betreft dit voordeel verrekenbedragen van voorgaande uitkeringsjaren (2021 t/m 2024). Daarnaast hebben we over uitkeringsjaar 2025 circa € 1,8 miljoen meer ontvangen dan begroot. Dit voordeel is met name toe te schrijven aan de decembercirculaire 2025. Tegenover de extra middelen van de decembercirculaire staan deels taakmutaties die resulteren in nadelen op diverse andere programma's:

  • Meerkosten Oekraïne sociaal domein - € 144.000 (programma 3, productgroep maatwerkvoorziening).
  • Middelen arbeidsmarktregio (Impulsbudget + Work in NL) - € 192.000 (programma 3, productgroep Werk en participatie).

Voor de taakmutaties ‘Wet Versterking regie volkshuisvesting’; ‘Kinderopvang pleegouders’; ‘Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven’, ‘Implementatie Plateau 2’ en ‘Uitvoeringskosten Lbv en LBV-plus (inclusief kleine sectoren)’ leggen wij u een resultaatbestemmingsvoorstel voor. Er wordt voorgesteld om respectievelijk € 305.000, € 105.000, € 286.000, € 13.000 en € 283.000 over te hevelen naar 2026 door deze toe te voegen aan de reserve Overlopende verplichtingen.

Onttrekkingen reserve Omgevingsvisie   € 378.000 N
In de Perspectiefnota zijn middelen beschikbaar gesteld uit de reserve Omgevingsvisie 2040 voor een aantal projecten. De werkzaamheden met betrekking tot Gebiedsproces Otterlo (uitvoering) (zie nadere toelichting programma 5 productgroep Ruimtelijke planvorming) en incidentele inzet op niet benutte milieuvergunningen veehouderij (zie nadere toelichting programma 5 product landbouw en natuur) hebben in 2025 niet plaatsgevonden en zijn zodoende niet onttrokken aan de reserve.

Financiering   € 128.000 N
Met maandelijkse liquiditeitsprognoses houden we grip op het uitzetten en aantrekken van liquide middelen en (kas)geldleningen. Door een hogere uitkering gemeentefonds en vooruit ontvangen middelen van het Rijk en provincie (onder andere subsidies) hoefde minder kasgeld te worden aangetrokken dan verwacht, met € 55.000 lagere rentelasten als gevolg. Ook werden hierdoor (verplicht) meer liquide middelen uitgezet bij het Rijk in de vorm van Schatkistbankieren. Dit levert hogere rentebaten op van € 257.000, zodat per saldo sprake is van een rentevoordeel van € 312.000.

Voor het overige heeft het resultaat op dit product een financieel-technische verklaring. Bij het wijzigingen van de jaarschijf 2025 in de Programmabegroting 2026-2029 is namelijk geen volledig nieuwe renteomslag opgesteld. Daardoor zijn de rentelasten voor langlopende geldleningen niet volledig begroot, wat een nadeel van € 513.000 veroorzaakt. Dit effect wordt gedempt doordat de hiermee samenhangende intern door te belasten rente hoger uitvalt en een voordeel van € 449.000 op de baten laat zien. Tenslotte is ook de toegerekende rente aan reserves en voorzieningen anders uitgekomen dan begroot in de oorspronkelijke renteomslag, hetgeen een nadeel van € 369.000 op de baten van de renteomslag veroorzaakt.

Deze pagina is gebouwd op 05/22/2026 08:51:21 met de export van 05/20/2026 11:40:39