Resultaat
In november 2024 heeft de raad de (primitieve) begroting voor 2025 vastgesteld. Daarbij werd uitgegaan van een negatief begrotingssaldo van € 2,7 miljoen, dat zou worden gedekt uit de algemene reserve. In de periode daarna heeft de raad – via de Perspectiefnota 2026-2029 en de Programmabegroting 2026-2029 – de begroting voor jaarschijf 2025 bijgesteld. De actuele begroting, zoals vastgesteld bij de Programmabegroting 2026-2029, komt daarmee uit op een positief saldo van € 17,6 miljoen. De belangrijkste oorzaak van deze verbetering ten opzichte van de primitieve begroting is de aanvullende compensatie uit het gemeentefonds die het Rijk in 2025 beschikbaar heeft gesteld. Daarnaast zijn in de eerdergenoemde documenten diverse overige financiële mee- en tegenvallers in de begroting verwerkt.
Tabel 2.1.1 - Begroting versus realisatie 2025 | Bedragen x € 1 miljoen | ||
|---|---|---|---|
Omschrijving | Actuele begroting | Realisatie | Verschil |
Saldo vóór verrekening algemene reserve | 17,6 V | 27,5 V | 9,9 V |
Verrekening algemene reserve | 17,6 N | 17,6 N | 0 V |
Resultaat vóór resultaatbestemmingen | 0 V | 9,9 V | 9,9 V |
In de realisatie over 2025 komen we uit op een positief saldo van € 27,4 miljoen. Ten opzichte van het begrote positieve saldo van € 17,6 miljoen betekent dit dat het jaar 2025 administratief wordt afgesloten met een voordeel van € 9,9 miljoen op een begrotingstotaal van € 544 miljoen. Rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemmingen van € 7,3 miljoen, eindigen we met een netto voordelig resultaat van € 2,6 miljoen dat wordt toegevoegd aan de Algemene reserve. In tabel 2.1.2 is het resultaat uitgesplitst naar algemene dienst en grondzaken.
Tabel 2.1.2 - Resultaat uitgesplitst | Bedragen x € 1 miljoen | ||
|---|---|---|---|
Omschrijving | Totaal | Algemene dienst | Grondzaken |
Resultaat | 9,9 V | 8,1 V | 1,8 V |
Resultaatbestemmingen | 7,3 N | 5,5 N | 1,8 N |
Resultaat inclusief resultaatbestemmingen | 2,6 V | 2,6 V | 0,0 V |
Het resultaat van € 9,9 miljoen is opgebouwd uit verschillende voor- en nadelen. In onderstaande tabel is een aantal grotere of opvallende posten opgenomen. Voor de grootste posten in onderstaande tabel (groter dan € 0,4 miljoen) is een toelichting onder de tabel opgenomen. In hoofdstuk 2.2 is de volledige opbouw van het resultaat opgenomen.
Tabel 2.1.3 - Grotere/opvallende posten opbouw resultaat | Bedragen x € 1 miljoen | |
|---|---|---|
Omschrijving | Omvang | |
Grondexploitaties | 1,8 V | |
Onderwijshuisvesting | 0,4 V | |
Maatschappelijke ondersteuning | 1,2 V | |
Exploitatie Duurzame Gemeentelijke Opvang (Galvanistraat) | 0,5 V | |
WMO | 0,5 V | |
Jeugdzorg | 3,2 N | |
Specifieke uitkering Realisatiestimulans | 1,8 V | |
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid | 0,4 V | |
Natuurbrandpreventie en -mitigatie | 0,5 V | |
Kwaliteit leefomgeving | 1,0 V | |
Pensioenen en wachtgeld Wethouders | 0,7 N | |
Gemeentelijke belastingen (OZB, toeristen- en forensenbelasting) | 0,9 V | |
Algemene uitkering (o.a. decembercirculaire) | 2,8 V | |
Vastgoed | 1,1 V | |
Overige voor- nadelen optellend naar het resultaat | 0,9 V | |
Totaal | 9,9 V | |
Grondexploitaties
Het resultaat van het grondbedrijf over 2025 komt uit op € 4,6 miljoen positief. In de begroting was rekening gehouden met een resultaat van € 2,8 miljoen (v) waardoor het voordeel ten opzichte van de begroting feitelijk € 1,8 miljoen (v) bedraagt. Het voordelige resultaat over 2025 wordt verklaard door:
- Herziening grondexploitatie Kazerneterreinen Maurits WFC, minder negatief.
- Tussentijdse winstneming op BT A12 De Klomp.
- Ontvangen indexatie van de incidentele verkoop Kievitsmeent II.
- Lagere product- en beleidsontwikkelingskosten.
Maatschappelijke ondersteuning
Bij maatschappelijke ondersteuning wordt het voordeel grotendeels veroorzaakt doordat het rijk in het vierde kwartaal van 2025 extra middelen heeft beschikbaar gesteld om statushouders sneller te huisvesten. Door de late toekenning was het niet mogelijk om deze middelen in 2025 uit te geven. Een ander reden voor dit voordeel is dat in verband met het onderzoek naar de doorontwikkeling van afdeling Sociale Teams en Jeugd door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) de implementatie van actieve regie vertraagd is. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Preventieve ondersteuning’ productgroep ‘Maatschappelijke ondersteuning' staat dit voordeel verder toegelicht.
Jeugdzorg
Binnen de jeugdzorg is er in 2025 per saldo een nadeel dat wordt veroorzaakt door meerdere ontwikkelingen. Enerzijds is er sprake van voordelen op de Hervormingsagenda Jeugd (€ 180.000) en bedrijfsvoering Jeugd en regionale projecten (€ 200.000), wat vooral wordt veroorzaakt door onderbesteding en het tijdelijk stopzetten van de regionale proeftuin.
Daartegenover staan hogere kosten binnen de maatwerkvoorzieningen en opvang van jeugdigen. Deze stijging komt doordat de vraag naar jeugdhulp in het algemeen blijft stijgen en trajecten intensievere zijn en langer duren. Daarnaast stijgen de kosten voor verblijf en veiligheid. Dit leidt tot een significant financieel tekort (€ 2.340.000). Daarnaast zorgen zorgkosten voor Oekraïense kinderen voor een extra nadeel (€ 220.000), dat slechts gedeeltelijk wordt gedekt door aanvullende rijksmiddelen.
Per saldo wordt de afwijking binnen de jeugdzorg vooral gedreven door de aanhoudende groei van specialistische en intensieve zorg, de hogere kosten binnen verblijfstrajecten en de tijdelijke toename van ondertoezichtstellingen door het stoppen van het Regionaal Veiligheidsteam. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Individuele maatwerkvoorziening’ productgroep ‘Maatwerkvoorziening' staat dit nadeel verder toegelicht.
Voor het volgen van de ontwikkeling van de (zorg)vraag in het Sociaal Domein werken we sinds 2024 met voorspelmodellen. In deze modellen wordt de verwachte vraag afgezet tegen het beschikbare budget, zodat mogelijke financiële knelpunten tijdig in beeld komen. Doorontwikkeling en verfijning van het model blijft nodig om jaarlijks de budgetten te actualiseren en, waar nodig, bestuurlijk bij te sturen. Daarnaast zal het model altijd een voorspelling zijn op basis waarvan een prognose gegeven wordt. In de komende Perspectiefnota komen we met een nadere analyse van structurele knelpunten. Hierbij bezien we opnieuw of de huidige fasering van ombuigingen nog aansluit bij het tempo van de maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda en Regie. Ook betrekken we hierbij de verwachte volumestijging vanaf 2026, zoals voorzien in het rapport ‘Groeipijn’ van de commissie Van Ark.
Bij het opstellen van de begroting (€ 44 miljoen) zijn we uitgegaan van een zekere bandbreedte. Hierbij is niet de maximale variant gehanteerd, waarmee een deel van het tekort verklaard wordt.
Medio 2025 lag de prognose van de zorgkosten vanuit het knooppunt (€ 48 miljoen) fors hoger dan de begroting. Deze prognose maakt onderdeel uit van de reguliere monitoring en dient primair als signaleringsinstrument. Dit kwam omdat aanbieders over de eerste vier maanden sneller factureerden dan andere jaren, waardoor de extrapolatie een te fors beeld van de zorgkosten te zien gaf.
We zien terugkijkend dat de regionale zorgkosten (€ 46 miljoen over 2025) zich anders heeft ontwikkeld dan de geraamde landelijke gemiddelden. Dit is vooral zichtbaar op een toename van intensievere zorg. Het verschil ten opzichte van de begroting wordt hieronder nader verklaard.
Specifieke uitkering Realisatiestimulans
Het Rijk heeft in 2025 een vrij besteedbare specifieke uitkering (Realisatiestimulans) toegekend van € 7.000 per gestarte betaalbare woning. Over 2025 gaat het om 264 woningen, goed voor een opbrengst van € 1,8 miljoen. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Ruimtelijke ontwikkeling’ productgroep ‘Woningmarkt' staat dit voordeel verder toegelicht.
Kwaliteit leefomgeving
Het resultaat over 2025 bedraagt € 1,0 miljoen voordelig, voornamelijk door onderbesteding op diverse onderhoudstaken. De belangrijkste oorzaak hiervan is een gebrek aan uitvoeringscapaciteit, zowel intern (vacatures, ziekteverzuim, prioritering en beperkingen door de wet DBA) als extern (aannemers met onvoldoende capaciteit of tijdelijk stilgelegde werkzaamheden). Hierdoor konden geplande werkzaamheden aan cultuurlijk en natuurlijk groen, invasieve exoten, beeldkwaliteitsplannen en het groot onderhoud van wegen en groen niet volledig worden uitgevoerd. Het voordeel bij groot onderhoud wordt verrekend met de reserve en heeft per saldo geen effect op het resultaat. Het overige voordeel is ontstaan door hogere baten voor zwerfafval, lagere kosten door verminderde plaagdruk door de processierupsen en het stopzetten van een aantal activiteiten vooruitlopend op de vastgestelde ombuigingen bij de Perspectiefnota 2026-2029. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Kwaliteit leefomgeving’ staat dit voordeel verder toegelicht.
Algemene middelen
De algemene uitkering sluit met een voordeel van € 2,8 miljoen. Voor ruim € 1 miljoen betreft dit voordeel verrekenbedragen van voorgaande uitkeringsjaren (2021 t/m 2024). Daarnaast hebben we over uitkeringsjaar 2025 circa € 1,8 miljoen meer ontvangen dan begroot. Dit voordeel is met name toe te schrijven aan de decembercirculaire 2025. Tegenover de extra middelen van de decembercirculaire staan deels taakmutaties die resulteren in nadelen op diverse andere programma's. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Bestuur en organisatie’ productgroep ‘Algemene middelen' staat dit voordeel verder toegelicht.
Vastgoed
Het resultaat binnen Vastgoed laat per saldo een voordeel zien dat door diverse onderdelen wordt verklaard. Het voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere opbrengsten uit servicekosten, aanvullende bijdragen van gebruikers, extra subsidies en hogere huur- en pachtopbrengsten (met name door een hogere indexatie) en extra verhuur. In hoofdstuk 1 'Programmaverantwoording' onder programma ‘Bestuur en organisatie’ productgroep ‘Vastgoed' staat dit voordeel verder toegelicht.
Algemene reserve en Eigen vermogen
De algemene reserve staat na resultaatbestemming op € 93,9 miljoen. Dit is € 2,6 miljoen hoger dan de laatste stand die is opgenomen in de memo Uitkomsten septembercirculaire 2025 die samen met de Programmabegroting 2026-2029 is vastgesteld. De stand van de algemene reserve bevindt zich ver boven het minimum van € 10 miljoen. Daarnaast voorzien we de aankomende jaren flinke ruimtelijke investeringen om onze opgaven te realiseren.
Tabel 2.1.4 - Eigen vermogen | Bedragen x € 1 miljoen | ||
Omschrijving | 1-1-2025* | 31-12-2025 voor resultaatbestemming | 31-12-2025 na resultaatbestemming |
|---|---|---|---|
Algemene reserve | 57,4 | 75,1 | 77,7 |
Overige algemene reserves | 16,3 | 16,3 | 16,3 |
Bedrijfsmiddelenreserves | 16,7 | 19,3 | 19,3 |
Egalisatiereserves | 27,9 | 34,1 | 34,1 |
Bestemmingsreserves | 78,1 | 61,5 | 68,8 |
Totaal | 196,4 | 206,3 | 216,2 |
* Stand na verwerking resultaatbestemming Programmarekening 2024.
De toename van de algemene reserve in de tabel is met name te verklaren door de doorwerking van extra middelen in de algemene uitkering waarvoor geen nieuw beleid is opgesteld en actualisaties zoals besloten bij de Programmabegroting 2026-2029.
Het bedrag van € 34,1 miljoen aan egalisatiereserves kapitaallasten betreft bijdragen die zijn gereserveerd ten behoeve van dekking van toekomstige afschrijving en rente.
Resultaatbestemmingsvoorstellen
In totaal wordt een bedrag van € 7,3 miljoen aan resultaatbestemmingsvoorstellen voorgelegd. Voor € 4,0 miljoen gaat het om voorstellen om bedragen toe te voegen aan de reserve Overlopende verlichtingen. Dit betreft middelen die, om uiteenlopende redenen, in 2025 niet zijn uitgegeven en waar het voor de hand ligt dit budget door te schuiven naar 2026 en in sommige gevallen naar 2027. Naast het doorschuiven van middelen naar 2026 wordt voorgesteld een enkele resultaten toe te voegen of te onttrekken aan specifieke reserves:
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 3.881.555 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Omgevingsvisie 2040.
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 317.000 te onttrekken aan de bestemmingsreserve Omgevingsvisie 2040.
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 450.000 toe te voegen aan de reserve Opvang en begeleiding specifieke doelgroepen.
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 566.000 te onttrekken aan de reserve Opvang en begeleiding specifieke doelgroepen.
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 131.372 te onttrekken aan de reserve Fonds Koopgarant Gemeente Ede.
- Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 3.958.500 toe te voegen aan de reserve Overlopende verplichtingen
Financiële positie
Twee begrippen staan centraal in een beschrijving van de financiële positie: weerbaarheid en wendbaarheid. Hieronder zijn deze begrippen nader uitgewerkt. Hoewel een programmarekening voornamelijk terugblikt op het afgelopen boekjaar, is het voor de duiding van de financiële positie noodzakelijk om ook verwachte cijfers te betrekken. Daarom zijn ook begrote waarden vermeld.
Weerbaarheid
Met weerbaarheid bedoelen we dat we risico’s op kunnen vangen, als deze zich voordoen, zonder dat het beleid meteen hoeft te worden aangepast. Belangrijke indicatoren voor de financiële weerbaarheid zijn de ratio weerstandsvermogen en de hoogte van onze algemene reserve, die vrij besteedbaar is. Onderstaande tabellen en toelichting geven hiervoor het benodigde inzicht.
Tabel 2.1.5 - Weerstandsvermogen | Bedragen x € 1 miljoen | ||||||
Ratio weerstandsvermogen, | PB 2024 | PR 2023 | PB 2025 | PR 2024 | PB 2026 | PR 2025 | Norm |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
A. Beschikbare buffers | 98 | 101 | 90 | 110 | 103 | 136 | |
B. Nodig voor opvangen risico's | 26 | 21 | 21 | 22 | 22 | 25 | |
Ratio weerstandsvermogen (A/B) | 3,8 | 4,8 | 4,2 | 5 | 4,7 | 5,5 | > 0,8 |
PR = programmarekening, PB = programmabegroting. | |||||||
Tabel 2.1.6 - Algemene reserve | Bedragen x € 1 miljoen | ||||||||
Algemene reserve per 31 december | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Programmarekening | 46 | 65 | 87 | 74 | 75 | ||||
Prognose begroting 2026-2029 | 68 | 42 | 40 | 38 | |||||
Norm: bodem van € 10 miljoen in het laatste jaar van het meerjarenperspectief.
De ratio weerstandsvermogen bedraagt 5,5 en kwalificeert zich in deze jaarrekening wederom als 'uitstekend'. Hoewel het bedrag dat nodig is voor het opvangen van risico's is gestegen, wordt de stijging van de ratio voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de beschikbare buffers. Zo is bijvoorbeeld de algemene reserve gestegen met ruim € 16 miljoen door besluitvorming bij de Programmabegroting 2026-2029. En de reserve Omgevingsvisie komt per ultimo 2025 bijna € 9 miljoen hoger uit dan verwacht. De grootste oorzaak daarvan is dat de in 2025 verwachte onttrekking voor natuurcompensatie Doesburgerbroek nog steeds noodzakelijk is, maar in een later boekjaar plaatsvindt.
De algemene reserve is wederom ruim hoger dan de door de raad vastgestelde norm van € 10 miljoen. Ook na de daling van deze reserve in de komende jaren, zoals opgenomen in Programmabegroting 2026-2029, is er sprake van een surplus ten opzichte van deze bodem.
Voor meer details over de ratio weerstandsvermogen en de risico's verwijzen we naar paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Wendbaarheid
Met wendbaar bedoelen we dat met relatief weinig moeite financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Een wendbare begroting helpt om financieel gezond te blijven en sneller te reageren op nieuwe ontwikkelingen. Voor de wendbaarheid zijn onderstaande kengetallen het meest relevant.
Tabel 2.1.7 - Kengetallen | ||||||||
Omschrijving | PR | PB | PR | PB | MJB | MJB | MJB | Norm |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 43% | 80% | 36% | 70% | 89% | 84% | 84% | |
Gecorrigeerde netto schuldquote | 32% | 71% | 26% | 63% | 82% | 83% | 79% | < 100 |
Solvabiliteitsratio | 37% | 25% | 39% | 27% | 23% | 24% | 24% | > 20 |
Structurele exploitatieruimte | 3% | 1% | 5% | 0% | 1% | -1% | 0% | > 0 in laatste jaarschijf MJB |
Grondexploitatie | 15% | 15% | 12% | 10% | 8% | 9% | 9% | |
Belastingcapaciteit | 85% | 89% | 89% | 88% | 88% | 88% | 88% | |
Een eerste indicator voor de wendbaarheid is de ontwikkeling van het kengetal “netto schuldquote”. Dit is de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen en geeft daarmee inzicht in de schuldenlast. Meer leningen (vreemd vermogen) betekent een toename van de schuldquote. Normaal gesproken leidt dit tot hogere vaste lasten in de vorm van te betalen rente en daardoor tot een minder wendbare begroting. Hoewel de ratio de komende jaren oploopt blijft deze onder de norm. Qua signaleringswaarde van de provincie Gelderland valt de ratio onder de categorie 'minst risicovol'.
De solvabiliteitsratio laat de verhouding zien tussen het eigen vermogen en het totale vermogen en geeft daarmee aan of de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het dalende verloop van de solvabiliteit houdt gelijke tred met de verwachte daling van de algemene reserve. In alle gepresenteerde jaren valt ratio onder de signaleringswaarde 'neutraal'.
Het kengetal structurele exploitatieruimte toont welke structurele ruimte de gemeente heeft om haar eigen lasten te dragen. De waarden tot en met 2027 zijn positief, maar door het opschuiven van 'het ravijn' is vanaf 2028 sprake van een negatief kengetal.
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Des te lager het kengetal, des te gunstiger het is voor de rentelasten en risico’s. De toekomstige daling van het kengetal wordt veroorzaakt door een verwachte afbouw van de grondpositie door het afsluiten van diverse lopende grondexploitaties. Na het openen van nieuwe grondexploitaties zal dit kengetal naar verwachting weer stijgen. In alle vermelde jaren valt dit kengetal in de categorie 'minst risicovol'.
Het kengetal Belastingcapaciteit laat zien hoe de lokale lasten van Ede zich ontwikkelen ten opzichte van gemiddeld Nederland. Met een percentage van 89% is de inwoner van Ede relatief goedkoper uit dan de gemiddelde inwoner elders in het land. Omdat toekomstige cijfers niet beschikbaar zijn, zijn deze in de tabel gelijk gehouden.
Resumé
We sluiten het jaar af met een positief resultaat van € 9,8 miljoen op een begroting van € 544 miljoen. Dit betekent een toevoeging van € 2,8 miljoen aan de algemene reserve, maar voor het meerjarenperspectief is dit niet voldoende. Er komen grote uitdagingen, zoals een nieuwe brandweerkazerne en nieuwe scholen die een financiële impact zullen hebben. Dit zorgt ervoor dat er strakker gelet moet worden wat wel en niet gaan doen om deze grote opgaven in de toekomst te kunnen realiseren. Ondanks de onzekerheden proberen we koers vast te houden door ons wendbaar en weerbaar op te stellen.
