In de Programmabegroting 2025-2028 werd rekening gehouden met een financieringstekort. In het eerste halfjaar van 2025 kon dat worden opgevangen met kortlopende kasgeldleningen. Bij het wijzigen van de begroting 2025 werd geconstateerd dat er, onder andere door temporisering van projecten, minder leningen aangetrokken hoefden te worden dan begroot. Daarbij is een financieringsvoordeel ingeboekt. In het tweede halfjaar van 2025 zijn geen leningen meer aangetrokken en was sprake van een financieringsoverschot. Dit is (verplicht) gestald bij het Rijk in de vorm van schatkistbankieren. Dat heeft geleid tot niet begrote renteopbrengsten.
Voor 2026 en verder staan er grote investeringen gepland waarvoor wellicht leningen aangetrokken moeten worden. Het aantrekken van nieuwe financieringen zal tegen de op dat moment actuele rentepercentages plaatsvinden. Daarbij wordt steeds beoordeeld wat de, op dat moment en binnen de geldende (wettelijke) kaders, meest voordelige financiering is.
