Individuele ondersteuning

Productgroep Maatwerkvoorziening

Bedragen x € 1.000

Rekening 2024

Primitieve begroting 2025

Actuele begroting 2025

Rekening 2025

Verschil Act. begr./Rek. 2025

Lasten

128.551

N

126.672

N

138.545

N

143.876

N

5.331

N

Baten

18.730

V

13.059

V

18.248

V

17.479

V

769

N

Saldo van baten en lasten

109.821

N

113.613

N

120.297

N

126.397

N

6.099

N

Storting reserve

3.692

N

3.573

N

8.937

N

5.412

N

3.524

V

Onttrekking reserve

2.216

V

1.177

V

8.623

V

9.315

V

692

V

Resultaat

111.298

N

116.010

N

120.611

N

122.494

N

1.883

N

Aanvullende inkomensvoorziening - Bewindvoering   € 170.000 V
De nieuwe werkwijze binnen de bewindvoering laat duidelijk haar meerwaarde zien. Deze ontwikkeling is het gevolg van ons aangepaste beleid, waarmee wij de kosten van bewindvoering terugdringen en inwoners vaker ondersteunen via budgetbeheer .

Aanvullende inkomensvoorziening - Woonvoorzieningen minima   € 200.000 N
Bij de woonvoorzieningen minima is een overschrijding ontstaan van € 315.000. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger aantal aanvragen dan begroot, met name als gevolg van de toegenomen instroom van statushouders en stijgende marktprijzen. Hierdoor zijn zowel het aantal verstrekkingen als de gemiddelde kosten per verstrekking toegenomen. Daarnaast heeft een groeiend deel van de doelgroep te maken met meervoudige problematiek, zoals schulden, psychische kwetsbaarheid en uitstroom uit opvangsituaties. Dit vraagt vaker om maatwerkvoorzieningen, wat leidt tot hogere kosten per huishouden.

Tegenover dit nadeel staat een voordeel van € 115.000 bij de terugontvangsten op leenbijstand. De hogere baten zijn het gevolg van toegenomen uitgaven, onder andere voor inrichtingskosten. Een groter aantal verstrekkingen in de vorm van leenbijstand leidt immers ook tot hogere terugbetalingen binnen deze regeling.

Aanvullende inkomensvoorziening - Individuele Inkomenstoeslag   € 105.000 V
De Individuele Inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen gedurende vijf jaar of langer, die geen uitzicht hebben op inkomensverbetering. De onderbesteding van € 105.000 komt vooral doordat minder aanvragen zijn ingediend dan geraamd. Daarnaast voldeden diverse aanvragen niet aan de Edese voorwaarden, zoals vijf jaar leven op bijstandsniveau, geen studie in de afgelopen vijf jaar en geen maatregel in het werktraject in de afgelopen twee jaar. Hierdoor zijn de beschikbare middelen niet volledig benut.

Invoering Edese Stadspas   € 245.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 245.000 N
De uitvoering van de stadspas, oorspronkelijk gegund aan Groupcard met een geplande startdatum van 1 januari 2026, loopt vertraging op doordat het bedrijf kort na gunning failliet is gegaan. Hierdoor moet de aanbesteding opnieuw worden opgestart. Voor 2025 was in totaal € 345.000 begroot voor de implementatiekosten van de stadspas. Van dit bedrag is in 2025 circa € 100.000 uitgegeven aan kosten voor Groupcard en interne projectkosten. Zoals reeds aangekondigd in de Programmabegroting 2026–2029 wordt voorgesteld om de niet-bestede opstartmiddelen door te schuiven naar 2026, zodat de noodzakelijke opstartkosten alsnog kunnen worden ingezet in 2026. Er wordt voorgesteld om het voordeel van € 245.000 over te hevelen naar 2026 door deze toe te voegen aan de Reserve Overlopende verplichtingen.
Daarnaast dient er rekening mee te worden gehouden dat in de toekomst mogelijk een aanvullende financiële verplichting kan ontstaan, aangezien de nieuwe aanbesteding naar verwachting hogere kosten met zich meebrengt dan eerder geraamd.

Gedupeerde toeslagen affaire   € 150.000 V
Gezinnen die door de kinderopvangtoeslagaffaire onterecht in ernstige problemen zijn geraakt, ontvangen ondersteuning vanuit de gemeente. Naast de financiële compensatie die landelijk wordt verstrekt, biedt de gemeente aanvullende hulp, zoals ondersteuning bij het oplossen van schulden en begeleiding voor inwoners die bijvoorbeeld hun baan of woning zijn verloren. De kosten die gemeenten hiervoor maken, worden door het Rijk vergoed.
In de begroting waren baten en lasten niet volledig geraamd, wat leidt tot een afwijking van € 650.000 aan de lastenkant en € 800.000 aan de batenkant. Doordat binnen deze regeling naast de werkelijke kosten ook vaste normbedragen worden vergoed, zijn de totale baten voor Ede hoger dan de kosten. Dit resulteert in een positief saldo.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Vroegsignalering   € 90.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 90.000 N
De gemeente Ede ontvangt aanvullende rijksmiddelen ter versterking van de vroegsignalering van schulden. Deze worden ingezet voor extra capaciteit bij de sociaal raadslieden en voor de implementatie van een schulddienstverleningsportaal. Omdat een deel van de uitgaven in 2026 plaatsvindt wordt voorgesteld om het voordeel van € 90.000 over te hevelen naar 2026 door deze toe te voegen aan de Reserve Overlopende verplichtingen.

Leerlingenvervoer   € 120.000 V
In 2025, voornamelijk in het laatste kwartaal, zijn minder aanvragen voor leerlingenvervoer ontvangen. Ook is in 2025 bij meer leerlingen gekozen voor (begeleid) zelfstandig reizen per fiets, OV of auto, wat heeft geleid tot een lagere inzet van collectief leerlingenvervoer.

Gemeentelijke en particuliere opvang ontheemden Oekraïne   € 470.000 N
Voorstel tot onttrekking aan reserve Opvang en begeleiding specifieke doelgroepen   € 470.000 V
Ten opzichte van de geactualiseerde begroting is sprake van een overschrijding van € 470.000. Het merendeel van deze afwijking (€ 350.000) wordt veroorzaakt door de inzet van extra personeel, zowel eigen personeel als ingehuurd personeel, op diverse opvanglocaties. Deze inzet was onder andere noodzakelijk ter ondersteuning van een complexe zorgsituatie. Daarnaast zijn er overige, grotendeels incidentele kosten van € 100.000, zoals de aanschaf van inventaris bij nieuwe opvanglocaties en kleine reparaties.

Er wordt voorgesteld om het totale tekort van € 470.000 te dekken via een onttrekking uit de Reserve ‘Opvang en begeleiding specifieke doelgroepen’. Deze reserve bestaat uit eerder ontvangen Rijksmiddelen. Hiermee zijn de kosten voor de opvang volledig gedekt, zonder dat (algemene) gemeentelijke middelen worden aangesproken.

Bijdrage opvanglocatie Klomperweg   € -
Een substantieel onderdeel van de kosten binnen de gemeentelijke opvang van Oekraïners betreft de bijdrage voor het pand aan de Klomperweg. De raad heeft eerder besloten de afschrijving van dit pand versneld, in vier jaar, te financieren. Hiervoor is jaarlijks € 1,6 miljoen aan lasten opgenomen, gebaseerd op het eerder vastgestelde normbedrag per opvangplek.
Bij de actualisatie van de begroting is een verschil ontstaan in de verwerking van lasten en baten. Dit resulteert in een voordeel van € 1,6 miljoen op de lasten en een gelijk nadeel op de baten. Het betreft een administratief verschil dat geen financieel effect heeft.

Transitiekosten opvanglocaties ontheemden Oekraïne   € -
Voor het begrotingsjaar 2025 zijn geen transitiekosten geraamd voor het geschikt maken van gebouwen voor de opvang van Oekraïense ontheemden. In de realisatie over 2025 bedragen deze kosten € 0,1 miljoen. Deze transitiekosten worden vergoed op basis van de werkelijke lasten. Dit resulteert in een nadeel van € 0,1 miljoen op de lasten, waartegenover een even groot voordeel op de baten staat.

Exploitatie Duurzame Gemeentelijke Opvang (Galvanistraat)   € 450.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 450.000 N
De exploitatie van de noodopvang voor asielzoekers aan de Galvanistraat laat een positief resultaat zien van € 450.000 ten opzichte van de actualisatie in de Programmabegroting 2026-2029. De lagere lasten (€ 600.000) zijn het gevolg van het uitblijven van de beoogde uitbreiding van personeel en beveiliging, omdat de locatie nog niet is verbouwd en het aantal opvangplekken nog niet naar 200 kon worden uitgebreid. De baten zijn € 150.000 lager dan begroot. Het voordeel heeft een incidenteel karakter.
Tot 1 juli 2025 werd de opvang geëxploiteerd als crisisnoodopvang en door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gecompenseerd op basis van werkelijke kosten. Vanaf 1 juli 2025 is de locatie, op basis van de bestuursovereenkomst, aangemerkt als duurzame gemeentelijke opvang en ontvangt de gemeente een normvergoeding van € 78 (inclusief btw) per dag per opvangplek, aangevuld met een Rijksbijdrage op grond van het Faciliteitenbesluit Opvangcentra. De exploitatie vindt daarmee plaats binnen de bijdragen die de gemeente van het COA en het Rijk ontvangt.

Ter compensatie van de eenmalige onttrekking van € 472.000 uit de reserve opvang en begeleiding specifieke doelgroepen ten behoeve van de verbouwing van de Galvanistraat (raadsbesluit 18 december 2025), stellen wij uw raad voor het positieve resultaat over 2025 ad € 450.000 over te hevelen naar 2026 en toe te voegen aan de reserve opvang en begeleiding specifieke doelgroepen.

Verbouwing Duurzame Gemeentelijke Opvang (Galvanistraat)   € -
Vanwege rechtmatigheid is de verbouwing van opvanglocatie Galvanistraat anders verwerkt dan in de begroting opgenomen. Via het raadsbesluit van 18 december 2025 is de financiële verwerking rechtmatig geregeld. Doordat de oorspronkelijke begroting niet meer kon worden aangepast zien we in de rekening een nadeel van € 2,4 miljoen in de lasten en een voordeel van € 2,4 miljoen in de reservemutaties.

Maatschappelijke opvang   € 105.000 N
Verrekening met de reserve Maatschappelijke Opvang   € 105.000 V

De maatschappelijke opvang staat onder druk door een toenemend beroep op opvang sociaal pension, onconventionele opvang, nachtopvang en dagopvang, maar ook opvang voor de doelgroep "anders wonen". Ook de strengere winter en het onderdak bieden aan buitenslapers vanuit de wettelijke winterregeling, heeft tot hogere kosten geleid.

Hier tegenover worden de extra middelen van het nationale actieplan dakloosheid "Eerst een thuis" ingezet en daarnaast hebben we circa € 40.000 extra middelen gekregen bij de septembercirculaire 2025.
Op de exploitatie van ongeveer € 4,5 miljoen zien we een geringe overschrijding op vooral de nacht- en dagopvang, maar ook wat opbrengsten van de (onvoorziene) eigen bijdrage uit eerdere jaren. Per saldo wordt € 105.000 extra aan de reserve Maatschappelijke opvang onttrokken. Eind 2025 is het resterende regionale saldo € 856.000.

De decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang wordt niet afzonderlijk geïndexeerd. De compensatie voor prijsontwikkelingen vindt plaats via het accres op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit accres wordt verstrekt aan de afzonderlijke regiogemeenten. Op dit moment wordt circa € 0,6 miljoen van de naar schatting € 1,4 miljoen aan beschikbare prijscompensatie daadwerkelijk ingezet voor dit doel. Richting de toekomst wordt niet uitgesloten dat een groter deel, of het volledige bedrag, van deze prijscompensatie wordt aangewend voor de maatschappelijke opvang. De regionale begroting, zoals die in gezamenlijkheid met de regiogemeenten wordt opgesteld, vormt hierbij de inhoudelijke en financiële basis voor een eventueel groter beroep op deze middelen

Begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf    € 175.000 V
Na jaren van stijging van het aantal uren begeleiding zagen we over eerste halfjaar een daling van zorguren voor zowel begeleiding als dagbesteding. Deze daling heeft zich vooral op de begeleiding voortgezet. Een mogelijke verklaring zien wij in de versteviging van de sociale basis waar we al enige tijd op inzetten. Daarnaast zijn mogelijk hernieuwde afspraken uit de inkoop Wmo 2025 van invloed.
Ook financiële voordelen worden deels verklaard door effecten vanuit deze inkoop. Zo is er overgegaan tot declareren per minuut in plaats van per uur of per dagdeel en is duidelijker afgesproken wat onder directe en indirecte tijd valt. Door de toenemende vraag naar Wmo voorzieningen, de beweging naar langer thuis wonen, verwachten we dat de financiële voordelen incidenteel zijn. We blijven deze ontwikkeling monitoren. De lagere kosten van dagbesteding betrekken we bij de taakstellingen van de beweging naar de voorkant.
De zorguren van voormalige cliënten beschermd wonen zien we ook in 2025 terug, hiervoor is in 2025 budget overgeheveld vanuit Beschermd wonen. Vanaf het jaar 2026 willen we deze kosten van Wmo-begeleiding uit de het reguliere budget van begeleiding gaan financieren. Hiertoe hebben we aanvullende volumecompensatie ontvangen vanuit het rijk.

Budget (voor actualisatie) en kosten op zorgjaar: (2015-2025)
Als we de werkelijke betaalde kosten van begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf uitzetten op het zorgjaar, dan ontstaat het volgende beeld:

In de eerste jaren (2015-2018) zien we vooral een zoektocht en proces van verschuiving cliënten naar de gemeente met de daarbij behorende voormalige AWBZ-middelen. Vanaf 2022 zien we het aantal cliënten fors stijgen en daarmee ook de kosten. De oorzaken hiervoor, naast de al genoemde extramuralisering is een geringe doorstroom naar de GGZ. In het algemene beeld heeft men meer moeite met de complexere maatschappij, de economische omstandigheden en bestaan er ook nog naweeën van de Covid-pandemie.
De effecten van de vergrijzing en het langer thuis wonen zijn vooral zichtbaar binnen het product dagbesteding.
In 2025 zien we het budget fors stijgen vanwege de gestegen prijzen bij de inkoop en het beschikbaar komen van middelen die tijdelijk bij hulpmiddelen en woonvoorzieningen waren ingezet. In periode 2026-2029 stijgt het budget met € 0,5 miljoen per jaar vanwege extra volumecompensatie van het rijk en kunnen de Wmo-zorguren van voormalige cliënten beschermd wonen uit het reguliere Wmo-budget worden gefinancierd.

Hulpmiddelen en woonvoorzieningen    € 150.000 V
Bij de Perspectiefnota 2026-2029 is het budget van hulpmiddelen en woonvoorzieningen voor de jaren 2025 en 2026 verhoogd met incidenteel € 200.000. Deze middelen zijn in 2025 volledig ingezet op de hulpmiddelen. Het beroep op hulpmiddelen voor vervoer, zoals scootmobielen, driewielers en dergelijke, neemt nog altijd toe. Dit heeft te maken met een toename van het aantal ouderen dat al dan niet met ondersteuning langer thuis woont. Technologische ontwikkelingen zien we een grote rol spelen bij de hulpmiddelen. Hulpmiddelen worden steeds slimmer, elektronischer en daarmee duurder. Dit zal ook in de toekomst voor een kostenstijging zorgen, maar zorgt er ook voor dat inwoners langer zelfstandig kunnen functioneren. De woonvoorzieningen zijn echter, na de uitschieter vorig jaar, ruim binnen het budget gebleven en verklaren het huidige rekeningresultaat. De vraag naar woonvoorzieningen en vooral de financiële hoogte daarvan kent een grillig verloop. Dit jaar zitten we weer op het kostenniveau van 2023.

Eigen bijdrage Wmo   € 140.000 V
Naast enige verrekeningen van eigen bijdragen over voorgaande jaren zien we de opbrengst 2025 ook stijgen met de inflatiecorrectie en door toenemende aantallen maatwerkvoorzieningen. Per saldo een voordeel van € 140.000.

Beschermd wonen - regio   € 1.770.000 N
Verrekening met de reserve Beschermd wonen   € 1.770.000 V

Het aantal inwoners met een lopende indicatie voor zorg in natura voor zowel Beschermd Thuis als Beschermd wonen blijft toenemen. De extra plekken die door aanbieders worden aangeboden worden gevuld, mede door de complexe woningmarkt is de door- en uitstroming lastig en nemen de wachtlijsten toe. De kosten stijgen hierdoor fors en het regiobudget is inmiddels niet meer toereikend. Waar in jaar 2024 nog een voordelig saldo bestond van € 3,1 miljoen laat 2025 een nadeel zien van € 0,1 miljoen. Al eerder gemeld ontvangen we van het rijk een zeer beperkte volumecompensatie vanuit de stelling dat er meer cliënten beroep doen op de Wlz. Dit hogere beroep zien we echter nu ook op het Beschermd wonen budget. De beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis krijgt de komende jaren verder vorm, als ook de beweging naar wonen met ambulante begeleiding.
Bij de actualisatie van de begroting 2025 in de programmabegroting 2026–2029 is het begrote voordeel van beschermd wonen bijgesteld naar € 1,65 miljoen positief. Het rekeningresultaat bedraagt ultimo 2025 € 0,15 miljoen negatief. Het verschil van € 1,8 miljoen is zichtbaar op de onderdelen Beschermd wonen voor € 0,65 miljoen (18% meer etmalen zorg) en Beschermd Thuis voor € 0,90 miljoen (36% meer etmalen zorg). Daarnaast zijn ook de kosten in Wageningen met 17% zijn toegenomen wat een nadelig resultaat van € 0,25 miljoen geeft.
Het huidige rekeningresultaat leidt ertoe dat het regionale component binnen de reserve Beschermd Wonen een negatief saldo van € 0,5 miljoen laat zien. De reserve als geheel, inclusief het lokale component, blijft echter positief. De in 2026 te treffen beheersmaatregelen zijn erop gericht om te komen tot een structureel financieel gezonde exploitatie, waarbij tevens wordt toegewerkt naar het herstel van een positief saldo binnen het regionale component van de reserve. Het exploitatieresultaat over 2025 wordt meegenomen bij de actualisatie van de begroting 2026 en zal worden besproken in het bestuurlijk overleg Beschermd Wonen.

Beschermd wonen - lokaal                              € -
In 2025 is besloten om de reserve Beschermd wonen grotendeels (voor € 12,5 miljoen) te verdelen over de regiogemeenten. Ede kent daartoe een incidenteel voordeel over de periode 2015-2025 van € 6,8 miljoen. Hier tegenover staat de Edese ombuigingstaakstelling extramuralisatie. Vanaf het jaar 2021 tot en met 2025 bedraagt deze voor Ede € 4,7 miljoen. Hieruit volgt dat er nog € 2,1 miljoen in de reserve aanwezig is als een lokaal voordeel uit Beschermd wonen. Door een hogere toerekening van Edese bedrijfsvoeringskosten aan de regio staat eind 2025 per saldo € 2,38 miljoen gereserveerd voor Edese doelen en risico's Beschermd wonen.

De structurele Edese taakstelling van de extramuralisatie die bij eerdere ombuigingen is ingeboekt is volledig gerealiseerd. Door de hierboven beschreven regionale ontwikkelingen is het exploitatieresultaat nu echter omgeslagen naar een nadeel en daarmee ook niet meer toereikend om structureel de Edese taakstelling in te vullen. Monitoring en bijstelling van de exploitatie moet leiden tot een positief regioresultaat, waarmee de Edese taakstelling structureel kan worden gefinancierd. Het Edese deel in de reserve fungeert als buffer hiertoe.

Beschermd wonen - budget en kosten op zorgjaar: (2015-2025)
Als we de werkelijke betaalde kosten van Beschermd wonen (lokaal en regionaal) uitzetten op het zorgjaar, dan ontstaat het volgende beeld:

De enorme daling in 2021 betreft de uitname van cliënten naar de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Deze uitname Wlz liep ook in 2022 nog enigszins door, maar in dat jaar kwam de gemeente Veenendaal vanuit Amersfoort over naar onze regio. Hierdoor stegen zowel het budget als de kosten weer. In 2023 zien we het budget toenemen voor volume, loon en prijzen. De kosten daarentegen nemen toe, maar niet in het tempo van het budget. Het Rijk heeft afgelopen jaar meermaals getracht de financiële ruimte op dit taakveld in te zetten voor de gestegen kosten van GGZ-cliënten in de Wlz. Om die reden heeft het Rijk de volumestijging 2024 niet uitgekeerd en overgeheveld naar de Wlz. Het verschil tussen het budget en de kosten, in de periode tot en met 2024, betreft vooral gerealiseerde resultaten vanwege de extramuralisering van cliënten naar beschermd thuis. Het aandeel Ede hierin is grotendeels al bij de ombuigingen verwerkt. In 2025 stijgen de prijzen enigszins als gevolg van het kostprijsonderzoek in het inkoopproces en is het vooral de volumetoename die ervoor zorgt dat kosten en budget met elkaar in evenwicht komen. De eerder gerealiseerde voordelen van de extramuralisatie zijn ingezet voor een stijgende zorgvraag.

Hervormingsagenda Jeugd   € 180.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming   € 180.000 N
Voor de lange termijn is een Hervormingsagenda Jeugd opgesteld, waarmee in de komende vijf jaar wordt toegewerkt naar een duurzaam en beheersbaar stelsel. De Hervormingsagenda is niet vrijblijvend. De maatregelen in de agenda moeten landelijk gaan leiden tot een kostenbesparing. Voor de Hervormingsagenda Jeugd zijn in 2025 niet alle middelen benut. Voor een deel had dit te maken met personele wisselingen in de aansturing van het dossier Jeugd. De middelen die in 2025 niet zijn besteed willen we in 2026 gebruiken voor een extra impuls gericht op uitbreiding van het collectieve aanbod in het voorveld. Daarnaast zetten we deze middelen in voor het versterken van de beweging Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Er wordt voorgesteld om het voordeel over te hevelen naar 2026 door deze toe te voegen aan de Reserve Overlopende verplichtingen.

Bedrijfsvoering Jeugd en regionale projecten (Proeftuin)   € 200.000 V
Het positieve resultaat op de bedrijfsvoeringskosten binnen JeugdFV wordt grotendeels verklaard door het feit dat de beoogde formatie pas in de loop van het jaar volledig is ingevuld. Hierdoor zijn gedurende een deel van het jaar lagere personeelslasten gerealiseerd dan begroot. Een aanvullend onderdeel van dit resultaat betreft de regionale pilot Proeftuin 2025/Regionaal Veiligheidsteam. Voor deze pilot kon de gemeentelijke bijdrage achterwege blijven, aangezien een deel van de uitgaven kon worden verantwoord binnen de zorgkosten. Daarnaast bleken de subsidievoorwaarden ruimer dan vooraf was ingeschat, wat eveneens een dempend effect had op de benodigde gemeentelijke inzet. Tot slot is het project in 2025 in een aantal Gelderse gemeenten beëindigd, waardoor geen verdere kosten zijn gemaakt. Hierbij wordt opgemerkt dat dit tegelijkertijd heeft geleid tot een stijging van de kosten voor maatwerkvoorzieningen. Een nadere toelichting hierop is hieronder opgenomen.

Meerkosten Oekraïne sociaal domein   € 220.000 N
Gemeenten dragen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wmo-ondersteuning, de jeugdhulp op grond van de Jeugdwet, de JGZ-basistaken, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek voor Oekraïense ontheemden. De hogere uitgaven binnen de jeugdzorg wordt voor € 220.000 verklaard door zorgkosten voor Oekraïense kinderen. Binnen programma 8 (Algemene middelen) is sprake van een voordeel. Dit voordeel betreft de via de decembercirculaire 2025 ontvangen aanvullende middelen ter dekking van de meerkosten Oekraïne binnen het sociaal domein, voor een bedrag van € 143.000.

Maatwerkvoorzieningen Jeugd - zorgkosten   € 2.340.000 N
De druk op de jeugdhulp blijft landelijk en ook in Ede onverminderd hoog. Het beroep op specialistische jeugdzorg en het beroep op lichtere zorgvormen is toegenomen. Meer jeugdigen krijgen jeugdzorg dan tien jaar geleden: het aantal trajecten per jeugdige is toegenomen, en de trajecten zijn duurder en duren langer. Hierdoor blijven we ook een toename zien in kosten. Inmiddels ontvangt landelijk 1 op de 7 kinderen een vorm van jeugdzorg. We hebben inmiddels goed zicht op welke factoren bijdragen aan de toename van jeugdhulp. Een aantal maatregelen hebben we reeds genomen om meer grip te krijgen op onze uitgaven. Daarnaast hebben we diverse maatregelen in beeld die we vervolgens kunnen inzetten. Hierbij moeten we prioriteren om de maatregelen uitvoerbaar te houden voor in- en externe medewerkers.

Voor de ontwikkeling van de (zorg)vraag in het Sociaal Domein zijn we vanaf 2024 bezig met het ontwikkelen van voorspelmodellen. Mogelijke financiële knelpunten komen in beeld door de voorspelde vraag af te zetten tegenover het beschikbare budget. In het model vindt een historische tijdreeksanalyse plaats die aangevuld wordt met het voortschrijdend gemiddelde (trendlijn). Doorontwikkeling is nodig om jaarlijks in de perspectiefnota en de programmabegroting de budgetten te actualiseren en om te buigen als dit bestuurlijk gewenst is. In de komende Perspectiefnota komen we met een nadere analyse van structurele knelpunten, waarbij we ook opnieuw kijken of de huidige fasering van ombuigingen nog aansluit bij het tempo van de hervormingsagenda en de regiemaatregelen. Dan nemen we ook de verwachtte volumestijging over 2026 mee die het rapport ‘Groeipijn’ van de commissie Van Ark voorziet.

Bij het opstellen van de begroting (€ 44 miljoen) zijn we uitgegaan van een zekere bandbreedte. Hierbij is niet de maximale variant gehanteerd, waarmee een deel van het tekort verklaard wordt.
Medio 2025 lag de prognose van de zorgkosten vanuit het knooppunt (€ 48 miljoen) fors hoger dan de begroting. Deze prognose maakt onderdeel uit van de reguliere monitoring en dient primair als signaleringsinstrument. Dit kwam omdat aanbieders over de eerste vier maanden sneller factureerden dan andere jaren, waardoor de extrapolatie een te fors beeld van de zorgkosten te zien gaf.
We zien terugkijkend dat de regionale zorgkosten (€ 46 miljoen over 2025) zich anders heeft ontwikkeld dan de geraamde landelijke gemiddelden. Dit is vooral zichtbaar op een toename van intensievere zorg. Het verschil ten opzichte van de begroting wordt hieronder nader verklaard.

Het huidige tekort in de jaarrekening 2025 is zichtbaar op alle onderdelen van de ambulante jeugdhulp, verblijf en veiligheid. We zien een daling (-3,2%) in het aantal kinderen dat specialistische, ambulante behandeling krijgt. Tegelijkertijd zien we dat de intensiteit van de behandeling (het gemiddeld aantal behandelminuten en daarmee de kosten) van de wel verwezen kinderen toeneemt. Bij begeleiding speelt wel een groei (13,2%) van het aantal jeugdigen. Bij verblijf zien we het aantal jeugdigen dalen (-3%), maar stijgen de kosten door intensieve verblijfstrajecten. Het aantal jeugdigen in Jeugdzorgplus dat (tijdelijk) gesloten zit is in 2024 toegenomen en gehele jaar 2025 relatief hoog gebleven, gemiddeld zaten de jeugdigen dus langer in de gesloten jeugdzorg. Ook zien we een stijging van het aantal jeugdigen in de klinische GGZ. Bij Veiligheid zagen we tot april het aantal jeugdigen met voogdij en onder toezichtstelling dalen, vanaf het stoppen met het regionaal veiligheidsteam (RVT) stijgen de aantallen weer.

Voor de verwachte stabilisatie van verblijf en veiligheid hebben we bij de Perspectiefnota 2026 extra middelen vanaf 2025 ontvangen. Het in 2025 tijdelijk stoppen van het regionaal veiligheidsteam (RVT) laat de kosten van het aantal ondertoezichtstellingen (tijdelijk) stijgen. Het stoppen had te maken met het ontbreken van structurele financiering, personele krapte en onduidelijkheid over de landelijke kaders maakten de randvoorwaarden waarbinnen gewerkt werd zeer onzeker. Deze werkwijze bleek ook juridisch gezien te kwetsbaar, met name in de rechtsbescherming van de betrokkenen, waardoor is besloten de huidige RvT in het Gelderse deel van de proeftuin te staken. Gewerkt wordt aan een herstart van de RvT in 2026 waarbij we inzetten op het oplossen van de aanwezige knelpunten conform de werkwijze in het Utrechtse deel van de proeftuin. Waarbij we scherp en concreet taken, rollen en processen beschrijven.
Op Verblijf moeten we ook rekening gaan houden met hogere kosten door de kleinschaligheid van de Essentiële Functies omdat er meer individuele begeleiding nodig is per locatie en er minder kinderen wonen. Bepaalde gespecialiseerde zorgvoorzieningen zijn essentieel en moeten blijven bestaan, ook al worden er minder kinderen opgevangen. Bijvoorbeeld crisisopvang of behandelgroepen voor specifieke problematiek. Deze voorzieningen hebben vaste kosten (personeel, gebouwen) en kunnen dus niet zomaar goedkoper worden. Effecten van deze ontwikkelingen zijn nieuw en dus niet te relateren aan historische trends.

Voor wat betreft verwijzingen die via de gemeente verlopen voeren we actieve regie waarin we in 2026 de werkwijze aanscherpen. Op een groot deel van de verwijzingen is dat echter niet mogelijk. Zo kunnen onder andere (huis)artsen en Gecertificeerde Instellingen direct verwijzen naar GGZ. Deze verwijzingen lopen soms ook langjarig door. In 2026 implementeren we hiervoor een werkwijze om deze langlopende verwijzingen te onderbreken. Daarnaast investeren we verder in de SOJ-functie waarbij we een professional dicht bij de huisarts positioneren om verwijzingen gerichter vorm te geven.

Jeugdhulp - budget en kosten op zorgjaar: (2015-2025)
Als we de werkelijk betaalde kosten van Jeugdhulp uitzetten op het zorgjaar, dan ontstaat het volgende beeld:

Het bovenstaande beeld laat zien dat kosten nog altijd op het budget vooruitlopen. De toename aan jeugdhulp kent vele oorzaken die voor een deel ook binnen andere domeinen hun oorsprong kennen. Denk aan bestaanszekerheid, relatieproblemen of huisvestingsproblematiek. Ook de zogenoemde prestatiesamenleving en individualisering speelt een rol naast de negatieve effecten van de COVID-pandemie.

In Ede zijn al vroeg een aantal maatregelen genomen die sterk hebben bijgedragen aan het afnemen van met name residentiële hulp. Dat heeft ertoe geleid dat de kosten tussen 2018 en 2022 relatief stabiel waren. De effecten van de genomen maatregelen hebben in 2022 hun maximale potentieel bereikt waarna we zien dat de kosten weer sterk toenemen.

Tegelijkertijd zijn de uitgaven aan ambulante jeugdhulp en landelijke jeugdhulp verder toegenomen. Met name uitgaven voor ambulante jeugdhulp zijn toegenomen, ook na 2022. Dat leidt ertoe dat de totale uitgaven aan jeugdhulp na een ogenschijnlijke stabilisatie weer zijn gaan stijgen. In werkelijkheid was echter geen sprake van stabilisatie, maar van twee bewegingen die elkaar tijdelijk ophieven.

Maatwerkvoorzieningen Jeugd - zorgkosten vorige jaren   € 460.000 N
Op twee momenten zijn er afrekeningen van JeugdFV voor zorgkosten 2024 ontvangen voor een totaalbedrag van € 460.000. Bij de Jaarrekening 2024 was dit nog niet zichtbaar, waardoor ook de begroting 2025 niet is aangepast en nu tot een incidenteel nadeel leidt.

Maatwerkvoorzieningen Jeugd - zorgkosten PGB   € 100.000 N
De raming voor de persoonsgebonden budgetten (PGB) is afgeleid van het beeld van de Jaarrekening 2024. Uit de afrekening 2025 van de Sociale Verzekering Bank (SVB) zien we het gebruik van PGB iets toenemen, waardoor een tekort zichtbaar wordt van € 100.000.

Krachtgezinnen Jeugd   € 430.000 N
Het lokaal inzetten op krachtgezinnen draagt bij aan het realiseren van onze visie. Het normaliseert en kan zwaardere inzet van zorg via de maatwerkvoorzieningen voorkomen. Daarmee is de groei een gewenste ontwikkeling. In 2026 wordt deze preventieve inzet onderdeel van de begroting en gefinancierd vanuit de verwachte besparing op maatwerkvoorzieningen.

Deze pagina is gebouwd op 05/22/2026 08:51:21 met de export van 05/20/2026 11:40:39