Bedragen x € 1.000
Rekening 2024 | Primitieve begroting 2025 | Actuele begroting 2025 | Rekening 2025 | Verschil Act. begr./Rek. 2025 | ||||||
Lasten | 36.318 | N | 34.143 | N | 39.270 | N | 39.624 | N | 354 | N |
Baten | 31.935 | V | 30.033 | V | 34.143 | V | 34.420 | V | 277 | V |
Saldo van baten en lasten | 4.383 | N | 4.110 | N | 5.128 | N | 5.204 | N | 77 | N |
Storting reserve | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Onttrekking reserve | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Resultaat | 4.383 | N | 4.110 | N | 5.128 | N | 5.204 | N | 77 | N |
Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) € 350.000 N
In 2025 zien we een duidelijke verschuiving in de samenstelling en dynamiek van het uitkeringsbestand. Het aantal huishoudens met een uitkering neemt niet alleen toe, maar de duur van de uitkeringen verlengt zich. Het aandeel cliënten dat korter dan een jaar gebruikmaakt van een uitkering daalt, terwijl de groepen met een uitkeringsduur van een jaar en langer juist toenemen. Daarmee wordt het bestand structureel zwaarder en neemt de gemiddelde tijd dat een cliënt een uitkering ontvangt toe.
Daarnaast groeit vooral het aantal cliënten in de leeftijdsgroepen ouder dan 27 jaar. Deze groepen kennen een lagere uitstroom naar werk en een hogere kans op langdurige afhankelijkheid, wat de totale uitkeringslast verhoogt. Een vergelijkbare ontwikkeling zien we bij de huishoudens-samenstelling: het aantal alleenstaanden stijgt verder. Alleenstaanden vormen een doelgroep met relatief hoge inkomensonzekerheid en een grotere kans op langdurige ondersteuning, mede door stijgende woon- en energielasten en beperkte arbeidsmarktperspectieven. Zie ook onderstaande afbeelding.
Ook de instroom- en uitstroomverhouding draagt bij aan de kostenstijging. In drie van de vier kwartalen ligt de instroom hoger dan de uitstroom, waardoor het totale bestand toeneemt. Tegelijkertijd blijft de uitstroom naar werk in het tweede en derde kwartaal achter. Dit betekent dat cliënten gemiddeld langer in de uitkering blijven, waardoor de uitgaven gedurende het jaar oplopen.
Ondanks deze factoren valt de overschrijding van het begrote budget relatief beperkt uit: de afwijking op de uitkeringslasten bedraagt slechts 0,9% van het totaal. Deze combinatie van een groter bestand, veranderde samenstelling, langere uitkeringsduur en minder uitstroom leidt er dus toe dat de uitgaven iets boven het begrote budget uitkomen, maar binnen een beheersbare marge blijven.

Technische correctie debiteurenstand € 270.000 V
Bij de periodieke aansluiting van de debiteurenadministratie sociaal domein is een administratieve correctie verwerkt op de openstaande vorderingen. De sub administratie registreert ontvangsten op kasbasis, waarbij in de financiële administratie openstaande vorderingen, in lijn met de verslaggevingsregels, op de balans worden verantwoord. De debiteurenstand is in 2025 met € 270.000 toegenomen; deze stijging wordt boekhoudkundig als opbrengst in de exploitatie verantwoord. Het betreft geen extra inkomsten maar betreft een stijging van de debiteuren die ontstaan door, onder andere, het moeten terugbetalen van uitkeringsgelden en leenbijstand. Voor mogelijke oninbaarheid is een voorziening dubieuze debiteuren aanwezig. De mutatie hierin bedraagt € 30.000 nadelig. De voorziening wordt als toereikend beoordeeld.
