Bedragen x 1.000
Rekening 2024 | Primitieve begroting 2025 | Actuele begroting 2025 | Rekening 2025 | Verschil Act. begr./Rek. 2025 | ||||||
Lasten | 22.348 | N | 13.100 | N | 59.489 | N | 28.229 | N | 31.260 | V |
Baten | 19.010 | V | 11.877 | V | 38.700 | V | 16.279 | V | 22.421 | N |
Saldo van baten en lasten | 3.338 | N | 1.223 | N | 20.789 | N | 11.950 | N | 8.839 | V |
Storting reserve | 1.480 | N | 899 | N | 1.088 | N | 1.061 | N | 27 | V |
Onttrekking reserve | 2.258 | V | 105 | V | 19.513 | V | 12.147 | V | 7.366 | N |
Resultaat | 2.560 | N | 2.016 | N | 2.365 | N | 864 | N | 1.501 | V |
* Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van een product tussen de productgroepen Uitgifte bedrijfslocaties (programma 4) en Woningmarkt (programma 5), waardoor de cijfers in kolom Rekening 2024 niet te vergelijken zijn met de cijfers in de Programmarekening 2024.
Kosten instrument KoopGarant 2025 € 131.000 N
Voorstel tot resultaatbestemming € 131.000 V
In 2025 zijn 11 woningen met het instrument KoopGarant opgeleverd. De totale kosten voor de gemeente Ede hiervoor bedroegen € 166.000. De kosten voor het instrument KoopGarant dekken we uit de Reserve Fonds KoopGarant Gemeente Ede. De begrote kosten en onttrekking uit deze reserve bedroeg in 2025 € 35.000. De gemeentelijke kosten voor dit instrument zijn hoger dan vooraf ingeschat. Hierdoor ontstaat in 2025 een nadeel van € 131.000. Er wordt voorgesteld om € 131.000 aanvullend te onttrekken aan de Reserve Fonds KoopGarant Gemeente Ede ter dekking van deze hogere kosten in 2025. In deze reserve zijn hiervoor voldoende middelen aanwezig.
Specifieke uitkering Realisatiestimulans € 1.848.000 V
Voorstel tot resultaatbestemming € 1.848.000 N
Het Rijk heeft in november 2025 een nieuwe, vrij besteedbare bijdrage in de vorm van een specifieke uitkering beschikbaar gesteld voor het realiseren van betaalbare woningen, de Realisatiestimulans. We ontvangen in de periode 2025-2029 € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. Over 2025 hebben we 264 betaalbare woningen kunnen opvoeren voor deze regeling. In totaal ontvangen we in 2025 dus € 1,8 miljoen. Er wordt voorgesteld om dit bedrag van € 1,8 miljoen toe te voegen aan de Reserve Omgevingsvisie 2040. De besteding van deze middelen wordt meegenomen in de integrale afweging bij de actualisatie van de Ontwikkel- en Investeringsstrategie (O&I) in 2026.
Lagere besteding opgave Passend Wonen € 988.000 V
Lagere onttrekking Fonds Woningbouw € 988.000 N
In de eerste helft van 2025 is opnieuw de mogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen voor projecten waarin meer dan 30% sociale huurwoningen werden gerealiseerd. Dit heeft tot een aantal aanvragen geleid die niet konden voldoen aan de eisen vanuit de subsidieregeling. Daarom zijn deze aanvragen ingetrokken en is er minder uitgegeven dan begroot. Hier staat een lagere onttrekking uit het Fonds Woningbouw tegenover. In 2026 zullen wij opnieuw de subsidiemogelijkheid openen en verwachten we dat het resterende bedrag uit het Fonds Woningbouw alsnog wordt besteed.
Facilitaire plannen € 53.000 V
In 2025 was er in totaal € 400.000 beschikbaar ter dekking van de niet te verhalen kosten voor facilitaire plannen. Het saldo van de gemaakte kosten en ontvangen vergoedingen voor de projecten valt over 2025 € 53.000 voordeliger uit. Hoewel onderkend wordt dat niet alle kosten voor facilitaire plannen verhaald kunnen worden, zeker in een markt waar we ook initiatieven willen aanjagen, wordt tegelijk scherp gestuurd op gemeentelijke inzet.
Voor 2026 en verdere jaren zijn er nog geen middelen beschikbaar. Middels de Ontwikkel- en investeringsstrategie (O&I) zullen we blijvend monitoren op de inzet en kostenverhaal voor facilitaire plannen en indien nodig inzetten op een budgetaanvraag bij een komend P&C-instrument.
Uitgifte gronden woonlocaties € 194.000 N
Voorstel tot resultaatbestemming € 194.000 V
Het resultaat op de grondexploitaties voor wonen in 2025 komt uit op € 147.000 negatief. Dit is € 194.000 negatiever dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere tussentijdse winstneming op de grondexploitatie Kernhem vlek B - west (€ 282.000 lager). Er wordt voorgesteld het negatieve saldo te verrekenen met de reserve Omgevingsvisie 2040.
Naast de opbouw van het resultaat zien we in 2025 verschillen binnen de projecten van het grondbedrijf. Aan de kostenkant blijkt circa 100% van de begroting op de projecten te zijn gerealiseerd en lagen de ramingen dus in lijn met de daadwerkelijke bestedingen. Aan de opbrengstkant blijkt 90% van de ramingen gerealiseerd. Dit komt doordat de leveringen van een aantal gronden is doorgeschoven naar 2026. We hadden daarnaast verwacht in 2025 een aantal grondexploitaties af te kunnen sluiten, bij de MPG Lite gaven we aan dat dit een jaar later wordt. Het later afsluiten van deze projecten zorgt voor lagere lasten en baten in 2025. Gezien de omvang van de geldstromen in het grondbedrijf, resulteren dergelijke ontwikkelingen in forse financiële afwijkingen van begrote baten en lasten. Deze zijn echter per saldo neutraal voor het resultaat in de gemeentebegroting, omdat grondexploitaties als onderhanden werk naar de balans worden gebracht.
Het project Doesburgerbroek kent een grote natuurcompensatieopgave. Hiervoor is vooralsnog in totaal € 12 miljoen gereserveerd vanuit de reserve Omgevingsvisie waarvan € 6,0 miljoen in 2025. Er is € 270.000 daadwerkelijk onttrokken in 2025. Het betreft een grote, meerjarige opgave die vooraf lastig te plannen is, maar wel noodzakelijk is om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Voor de natuurcompensatieopgave bleek meer tijd nodig te zijn voor de locatieonderbouwing richting de provincie. Het restant van de middelen blijft gereserveerd voor volgende jaren waarbij ook opnieuw gekeken zal worden naar een goede planning en werkwijze van besteding van deze middelen.
Daarnaast was er ook € 400.000 gereserveerd voor de voorbereiding van fase 2 van Doesburgerbroek (en nog eens € 400.000 in 2026). Deze middelen hadden toegevoegd moeten worden aan het voorbereidingskrediet en zijn daarom niet onttrokken aan de reserve in 2025.
Bovenstaande leidt tot lagere lasten van € 6.130.000 en een lagere onttrekking aan de reserve Omgevingsvisie. Aan de raad wordt voorgesteld de € 400.000 in 2025 en € 400.000 in 2026 te corrigeren en alsnog toe te voegen aan het voorbereidingskrediet voor fase 2 Doesburgerbroek.
Ten slotte was er in 2025 € 200.000 in de reserve Omgevingsvisie gereserveerd voor het openen van de negatieve grondexploitatie SERO. Het besluit hierover was voorzien in 2025, maar heeft uiteindelijk plaatsgevonden in januari 2026. Daarom is dit bedrag niet onttrokken in 2025.
Voor een uitgebreide toelichting op de plannen en resultaten op de grondexploitaties voor de woningmarkt wordt verwezen naar het MPG 2026.
